The hard problem of conciousness
David Chalmers: The hard problem, zombies
Thomas Nagel: “What Is It Like to Be a Bat?”
Daniel Dennett: gaat recht tegen hem in.
John Searle: “Chinese Room”
Wetenschap houd zich strikt bezig met de objectieve werkelijkheid. Subjectieve ervaringen hebben eenvoudigweg geen plaats in de wetenschap. Maar betekend dat ook dat subjectieve ervaringen niet interessant zijn om te onderzoeken, of sterker nog, dat ze eigenlijk helemaal niet echt bestaan?
Wetenschap is juist ontstaan uit een poging subjectieve ervaringen te elimineren, omdat deze vaak berusten op misverstanden.
Wetenschap houd zich bezig met ervaringen waar iedereen het over eens is.
We nemen de wereld per definite waar via onze zintuigen, en onze hersenen bewerken de ruwe data tot iets dat we begrijpen. Als je er zo naar kijkt, kun je zeggen dat alle kennis per definitie een subjectief begin heeft. Het probleem is dat niet iedereen precies dezelfde subjeciteve ervaring heeft. Onze herzennen houden ons vaak voor de gek. Op een gegeven moment heeft de mensheid ontdekt, dat als je heel zorgvuldig en systematisch waarneemt, je tot andere conclusies komt dan als je oppervlakkige waarneemt. Vervolgens heeft men ontdekt, dat men het over deze ‘geavanceerde’ conclusies altijd eens wordt, en dat men dan altijd afscheid moet nemen van de misvattingen, en dat dit eigenlijk nooit andersom werkt. Dit systematisch nadenken is men Wetenschap gaan noemen, en het doel ervan is om zoveel mogelijk feiten te ontdekken waar iedereen het over eens is. Je zou ook kunnen zeggen dat het doel van wetenschap is om subjectieve vertekening uit te bannen. Dit heeft er echter ook voor gezorgd dat subjectieve ervaring geen enkele plek heeft in de wetenschap.
En als je wetenschap maar serieus genoeg neemt, zou je zelf kunnen denken dat subjectieve ervaringen eigenlijk helemaal niet echt bestaan: Er is slechts de objectieve werkelijkheid, en de ervaring is slechts een mengsel van informatie-filtering en misverstanden die onze hersenen ervan gemaakt hebben. Dit is een beetje wat Daniel Dennett betoogt.
De psychologie bijvoorbeeld, bestudeerd wel ‘gevoel’ maar reduceer dat tot het beschrijven en verklaren van het gedrag dat samenhangt met gevoel en emoties. Voor een wetenschapper is angst slechts de activatie van bepaalde hersengebieden, en het aanmaken van bepaalde stoffen, en een hele reeks typische gedragingen. Ook wat mensen over hun angsten vertellen is gecategoriseerd in objectieve tabellen en scores. De vraag is dus: Stel dat we alle objectieve feiten weten over angst, weten we dan alles over angst? Het is niet makkelijk om daar ‘ja’ op te zeggen, want stel dat je alle objectieve feiten weet over angst bij vleermuizen. Weet je dan ook hoe het voor een vleermuis ‘is’ om angst te ervaren? De filosoof David Chalmers zegt hiervover heel stellig ‘nee’. De materiele wereld is fundamenteel niet toerijkend om het de persoonlijke angst ervaring van een de vleermuis te verklaren. Als we naar de fysieke wereld kijken, is het goed mogelijk dat de vleermuis helemaal niks ‘ervaart’, maar slechts een biologische automaat is die bepaald gedrag vertoont.
Voor zowel de iedeen van Dennett als Chalmers is wat te zeggen.
Het mooie van Dennett is dat je geen extra fundamentele eigenschap van de natuur nodig hebt. En dat het compatible is met de huidige wetenschapelijke methode. Alles wat uit deze theorie volgt kun je bewijzen. Maar critici zeggen: Chalmers ontwijkt het probleem gewoon met een cirkel redenering: subjectieve ervaring is slechts een illusie die onze hersenen produceren. Maar een illusie is zelf per definitie een subjectieve ervaring, dus zeggen dat het een illusie is verklaart niks.
Fenomenologie probeert een brug te bouwen tussen objectief en subjectief. In de tradionele wetenschap is subjectivie kennis altijd een taboe geweest. Het werkd beschouwd als de warrige onbegrouwbare binnen wereld van een individu, waar je niks op kunt bouwen. De Fenomenologie onderkent echter dat deze ideen wereld bij de meeste mensen dezelfde patronen vertoont, en probeerd hier structuur in te vinden.
De belangrijkste bouwsteen van deze brug is het begrip intentionaliteit. Dit betekent dat ons bewustzijn altijd ergens op gericht is.
Het subject (de mens) en het object (de wereld) zijn via dit bewustzijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De fenomenologie bestudeert precies die verbinding (de brug zelf).